Zelf ben ik van 1944 en waarschijnlijk al een beetje van de oude stempel. Ik moet er niet aan denken om naar een klant te gaan, anders dan in kostuum, een net overhemd en een stropdas. Haren gekamd, baard en snor verzorgd, tanden en schoenen gepoetst, nagels kort en schoon.
'Netjes' blijft belangrijk
De soort kleding die de vertegenwoordiger draagt is ook een beetje afhankelijk van de branche waarin hij werkt. Maar het blijft een feit dat 'netjes' belangrijk blijft.
U kunt zich onderscheiden met uw kleding. Als u (als man) altijd in een Schotse kilt bij uw klanten komt, zullen ze zich dat nog jarenlang herinneren. Waarschijnlijk niet zo positief, tenzij u Schotse whisky's verkoopt en dan nog moet u het juiste type zijn om dat te kunnen doen.
Maar ook 'netjes' kan een probleem zijn. Ik ken het verhaal van een vertegenwoordiger die altijd netjes een spencer onder zijn colbert droeg. Zijn klanten noemden hem dan ook 'truitje'.
Een vertegenwoordiger die voor zijn vak bouwwerken en fabrieken bezoekt moet in zijn auto ook andere attributen hebben. Zoals laarzen, werkschoenen, helm en andere veiligheidsmiddelen, winterjack, enz. Van een bouwwerk naar een kantoor gaan, betekent controle op uw kleding. Voor u het in de gaten heeft, loopt u met uw baggerschoenen het tapijt van een inkoper smerig.
Tip
De branche waarin u werkt is sterk bepalend voor de manier waarop u zich het beste kunt kleden. En onderschat u in het algemeen niet dat kleding een belangrijke factor is in de verkoop, het is de visuele indruk die mede bepalend is voor slagen of falen.
Koert Wijnands