|
Zeg je wat jíj denkt of wat de groep denkt?
|
In een klas met kleuters gaat de juf de kring rond. Ze vraagt: 'Welke dag is het vandaag?'
Voor een volwassene is het prachtig om te zien hoe kleuters zich nog niets aantrekken van de antwoorden van hun groepsgenoten. Zeggen de eerste vier kleuters in de kring 'maandag', dan kan een vijfde kind gerust 'vrijdag' of 'zondag' zeggen. En zo gaat dat door. Volwassenen vinden dat lastig. Als ik het antwoord niet weet op de vraag, of er nog geen mening over heb, heb ik de neiging het antwoord van mijn groepsleden te kopiëren. Als anderen wel een mening ventileren, zal ik die graag over nemen, om maar niet af te wijken of met mijn mond vol tanden te staan. Het vermogen daar lak aan te hebben, raken we blijkbaar na de kleuterleeftijd kwijt. Geeft u een presentatie op een congres? Of op een kleinschalige workshop? En vraagt u naar de mening van de toehoorders over uw product of presentatie? Dan kan het nog wel eens verrassend zijn dat er een vrijwel unaniem antwoord komt. Terwijl u het gevoel heeft dat er toch wel verschil in lichaamstaal zat in reactie op wat u zei. Dan is het bovengenoemde mechanisme aan het werk. En doet u er goed aan om degene, waarvan u vermoedt dat die er positief tegenover staat, als eerste aan het woord te laten. Daarnaast loont het de moeite om met de individuele leden van de groep een gelegenheid te creëren om nader af te stemmen wat zij ervan vinden. Zorg dat u een 'kampioen' heeft binnen de organisatie van de prospect. Aanpassing van individuele voorkeuren en meningen aan de groep is een veelvoorkomend fenomeen. Dat kan zowel positief als negatief voor u werken. Ga er bewust en voorzichtig mee om. Anneleen Kaptein Avantage.nl |